Eikenprocessierups bestrijding

De Eikenprocessierups bestrijding. Last van eikenprocessierupsen in uw omgeving? Wij bestrijden op korte termijn eikenprocessierupsen bij u in de buurt en voorkom krabben! Prijs op aanvraag.

De Eikenprocessierups

Hoe herken ik een nest van de processierups?

Eikenprocessierups:

Vanaf het begin van de ontwikkeling (april t/m half mei) tot het derde larvestadium maken de eikenprocessierupsen nog geen nesten. In het vierde larvestadium (ongeveer vanaf tweede helft mei) gaan zij zich verzamelen om te nestelen. Dan ontstaan spinsels op de plekken waar de rupsen hun nesten beginnen te bouwen. Nesten kunnen worden gevormd op stam, stamvoet, onder takken en onder takaanhechtingen van bomen. De spinsels aan de buitenzijde van het nest lijken op een witte nylonkous.

 

Dennenprocessierups:

De dennenprocessierupsen maken al vanaf dat ze uit hun eitjes komen een nestje, meestal in het najaar, en overwinteren als jonge rupsen in hun nesten. Daar blijven ze totdat ze hun cyclus hebben voltooid. De nesten van de dennenprocessierupsen lijken van een afstand op witte kerstballen in een naaldboom of op katoenbloemen. Het grote verschil met eikenprocessierupsen is dat de nesten in de twijgen van een den te vinden zijn, vaak aan de buitenzijde van de kroon. 

Periode verloop:

De eerste eikenprocessierupsen krijgen vanaf 11 mei brandharen. De brandharen kunnen gezondheidsklachten veroorzaken als mensen ermee in contact komen. Maar de meeste overlast wordt in juni verwacht. De rupsen krijgen brandharen als ze in het vierde larvestadium zitten. Elke eikenprocessierups heeft in dit stadium rond de 700.000 brandharen. De hoeveelheid blad aan de eik bepaalt de ontwikkeling van de rups. Vooral op eiken die nu vol in blad staan, zijn veelal rupsen in het vierde larvestadium te vinden. Naar verwachting kunnen de eerste nesten rond 20 mei worden gezien. Het is nu nog niet duidelijk hoe groot het aantal eikenrupsen dit jaar zal zijn.

Beheren en bestrijden: hoe is dat in Nederland geregeld?

De overlast van eikenprocessierups wordt op verschillende manieren aangepakt. De eigenaar van de boom beslist of en hoe dat gebeurt. In de meeste gevallen is de gemeente eigenaar en maakt zij de afweging tussen beheren en preventief of curatief bestrijden. Soms gebeurt dat allebei.

Beheren en bestrijden
Beheren betekent dat de groei van het aantal eikenprocessierupsen zo veel mogelijk wordt afgeremd door de leefomgeving onaantrekkelijk voor ze te maken. Dit is de meest ecologische, maar ook indirecte manier om de overlast van deze rupsen te verminderen: zorgen dat ze niet tot grote plagen kunnen uitgroeien. Als er toch overlast dreigt te ontstaan, zijn er twee vormen van bestrijding mogelijk. Preventieve of curatieve bestrijding. Preventieve bestrijding gebeurt als de rupsen nog geen brandharen hebben. Curatieve bestrijding richt zich op het onschadelijk maken van reeds gevormde brandharen. Voor de preventieve en curatieve bestrijding van rupsen en brandharen zijn allerlei middelen op de markt. De middelen die zowel bij preventieve als curatieve bestrijding worden gebruikt, moeten aan regels en procedures voldoen. Daarbij zijn meerdere partijen betrokken. Hieronder staat uitgelegd wie welke rol heeft.

Gebruik geen folie of plakstrips

Het omwikkelen van bomen met plastic folie en het aanbrengen van plakstrips tegen eikenprocessierupsen is zinloos en schadelijk. De methode helpt niet tegen de overlast van de rupsen, die zonder moeite over het plastic heen lopen. En in sommige gevallen is het plastic zelfs gebruikt als ‘aanknopingspunt’ om een nest te bouwen.

Plakstrips: funest

Plakstrips zorgen voor méér overlast, wanneer de processie verstoord en gestrest raakt. De rupsen schieten dan hun brandharen af, die verwaaien in de omgeving. Ze zijn ook funest voor de rest van het milieu, omdat veel andere insecten komen vast te zitten en sterven. Ook vogels en vleermuizen kunnen vast komen te zitten. Daar komt bij dat het plastic kan losraken en in het milieu belandt.

 

Lijm: verboden

In Nederland is het verboden lijm te gebruiken bij het vangen van dieren buitenshuis. Alleen als er geen andere mogelijk zijn, kan de provincie toch toestemming geven. Dat gebeurt dus alleen in uitzonderlijke gevallen.

Volgens de Wet Natuurbescherming (Artikel 3.24, Lid 2) is het verboden zich buiten gebouwen te bevinden met bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen die geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren, of met materialen ter onmiddellijke vervaardiging van die middelen, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat die middelen of materialen zullen worden gebruikt voor het doden of vangen van dieren. Lijmbanden vallen onder deze middelen, die buitenshuis niet zomaar mogen worden gebruikt.

Vraag vrijblijvend je offerte aan

6 + 12 =